De geschiedenis van het 'klooster' en de Maranatha kapel


De schilderachtige kapel aan de Oude Geldenaaksebaan 2, op het gehucht Meren te Bierbeek, trekt de aandacht van de wandelaars, die langs de holle wegen rust en verpozing zoeken. De bezoekers kunnen hier een kaarsje opsteken en genieten van de mooie kapel. Zie Ligging kapel

Deze bidplaats is eigenlijk toegewijd aan de H. Maagd Maria, Koningin van de Wereld. De naam Maranatha ¹), wat ” Heer Jezus kom” betekent, geeft eerder een functionele betekenis aan deze kapel, omdat geen enkele heilige deze naam draagt. Elk godshuis moet een beschermheilige hebben. Maar, omdat de gelovigen die in het begin hier kwamen bidden een Gods-verwachting hadden, zoals men ook in het ” Onze Vader” bidt ” Uw Rijk kome ” wordt Maranatha als het laatste woord van de bijbel hier in deze betekenis gebruikt.

Het idee om zich hier in stilte terug te trekken en om de mystiek van de Latijnse liturgie terug te beleven is ontstaan uit de gebedsgroep van drie mannen²) , die in de verpleging werkzaam waren. Zo werd er intensief gezocht naar een ideale plaats om dit te kunnen realiseren. Vrienden uit andere gebedsgroepen en bedevaarders van Mortsel-Bohan hebben hiertoe bijgedragen.

De drie broeders hebben vanaf 1 december 1976 de boerderij gehuurd van de familie Deneck. Om juridisch en wettelijk als groepering goed te kunnen functioneren, werd er besloten om op 25 oktober 1977 de VZW Broederschap Maranatha op te richten. De Groep Bohan heeft zich toen aangesloten bij Maranatha, waardoor er broeders zijn toegetreden tot de gemeenschap Maranatha. Achteraf is gebleken, dat na de dood van zijn geestelijke leider (een pastoor uit Antwerpen), de ziener van Bohan zijn eigen weg gegaan met alle gevolgen van dien. Na de dood van de ziener zijn er verscheidene groepen ontstaan en de Bohanbroeders zijn ontgogeld vertrokken uit Maranatha. Toen werd de kapel opgenomen als semie-publieke kapel voor de Latijnse H.Mis door het Bisdom Mechelen.
De Leken-broederschap werd wettelijk toegestaan op 22 december 1977 onder het identificatienummer: 11071/77en verscheen in het Belgisch Staatsblad. Op 11 juni 1996 is het klooster, kapel en bijbehorende gronden gekocht van de familie Deneck.



Reeds in 1976 werd de start gegeven om de bestaande schuur tot kapel om te bouwen. Het woonhuis werd vermoedelijk rond 1730 gebouwd met smalle vensters in kruisboog en omkaderd met witte Gobertange natuursteen. Volgens ooggetuigen woonde er ooit een molenaar, en hogerop in de weide boven op een bochel, die later werd afgegraven, stond zijn houten molen. Hevig waaien doet het er alleszins want het golvend landschap ligt totaal open en strekt zich uit tot in Haasrode. De grondbelasting wordt tot op heden nog als molenveld door het kadaster geïnd. Omdat de molenaar geen opvolger had werd de molen in 1920 verkocht en met paard en kar naar Houthem bij Ieper overgebracht. De molenwieken werden afzonderlijk verkocht aan de maalder van de Lo-molen te Steenokkerzeel. Uiteindelijk werd de molen te Houthem op 28 mei 1940 door het oorlogsgeweld verwoest. Als stille getuigen vindt men nog resten van de molensteen, ingemetseld in de voet van de kapel, en steekt er nog één fier zijn kop op boven de grond langs de straatkant. Aan het woonhuis grenst ook nog een 11 meter diepe waterput, gemetseld met Spaanse stenen en overkoepeld met een Gobertange deuromlijsting, waarschijnlijk uit dezelfde periode als het woonhuis. De vroegere schuur, die wellicht van latere datum is, werd in neogotische stijl in 1976 omgebouwd en voorzien van een nieuw dak met klokkentoren. Kerkmeubels, beelden en attributen als afgedankt beschouwd in kerken en kapellen, werden aangekocht of geschonken. Alzo ontstond er opnieuw een sfeervol en authentiek gebedshuis, zoals de lekenbroeders het hadden bedacht. Een adellijke dame schonk ook nog aan de broeders 14 grote kruiswegstaties uit 1902, dewelke rondom het domein voor openbare verering werden geplaatst.

Vanaf de beginperiode kwamen er al roepingen bij en geraakte het huis vol. De lekenbroeders legden een persoonlijke Gelofte af en zij droegen het kleine scapulier van O.L.V. van de Karmel, die bij de eerste H.Mis in hun kapel was opgelegd, en zo heiligden zij zich door arbeid en gebed. Maximaal hebben hier 12 broeders gewoond. In de tachtiger jaren kwam er een kentering met de algemene verwereldlijking. Door het overlijden van broeder Gerard en de crisis die zich verspreidde in kerk en gezin werd dit hier ook voelbaar. De aparte zelfstandigheid van de Broederschap werd daarom begin negentig opgeheven en werd de vereniging in het bisdom opgenomen met als begeleider de plaatselijke pastoor-deken. De priesters werden voortaan voorgedragen door het bisdom Mechelen - Brussel. De Kapel Maranatha werd van toen af gecatalogeerd als een semi-publieke kapel, zoals St. Camilius. Dit houdt in dat alle gelovigen op zondag en feestdag hun zondagsplicht van mishoren ook in de Maranatha Kapel geldig kunnen volbrengen.

De medestichter Louis Vandenberg, gestorven 4 januari 2007, had officieel toestemming van kardinaal Daniels om een habijt te dragen. Na het overlijden van broeder Gerard zijn er geen roepingen meer binnen gekomen. Het celebreren van de traditionele Liturgie (Tridentijnse H.Mis) is echter voortgezet door diocesane- en moniale priesters.

In 2008 is de kapel verder uitgebreid en in 2010 is de multifunctioneleruimte gereed gekomen.

Bij een bezoek aan de kapel zullen vele wandelaars of nieuwsgierigen zich de vraag stellen; „Waarom is dit geen kapel zoals overal? Waarom een omgekeerd altaar, oude knielstoelen, communiebank, biechtstoel, vele beelden en kruisweg enz. ? ”
Voor de wezenlijke essentie van de H.Mis of de Eucharistie baseren wij ons op de catechismus van Trente en de uitspraken van het 2de Vaticaans Concilie, dat de H. Mis het vernieuwde Onbloedig Kruisoffer van Christus is en dat dit geen maaltijd is, zelfs geen herhaling van het Laatste Avondmaal. Omdat deze ritus reeds vijftien honderd jaar zo beleefd werd door de ganse Christenheid, en duizende heiligen heeft voortgebracht door zijn ondoorgrondelijke schatten van waarheid en heiligheid, hebben steeds in het verleden alle gelovigen geknield en samen met de priester zich gericht naar het tabernakel en het altaar, omdat daar alleen het Onbloedig Kruisoffer zich voltrekt. Grote eerbied met alleen geestelijke gezangen en gebeden kenmerken de ware Gods aanbidding. Op zon- en feestdagen is er om 10:00 of 17:00 uur de H. Mis met een kort Lof.

Ieder jaar wordt in de vastentijd een replica van de Lijkwade getoond.

In november 2011 is een lekenbroeder van de Carmel uit Nederland met zijn stichting Immaculata komen wonen in het 'klooster' Maranatha en met de overgebleven broeder van Maranatha hebben zij de Derde Orde gemeenschap 'Carmeli Deus Caritas' van de Carmel in Bierbeek voortgezet.³)
Dit initiatief sluit goed aan bij de drie initiatiefnemers van Maranatha (35jr. geleden), omdat een van hen reeds een Derde Ordeling van de Karmel was. Op 16 juli 2012 hebben zij het karmelhabijt ontvangen, uit handen van een Vlaamse Karmeliet. Op die dag bestaat de Karmelgemeenschap uit drie geprofesten en drie novicen. Na vele jaren is de Karmel weer terug in het Leuvense.

In 2013 hoopt men het, door vrijwilligers gerestaureerde orgel, in te spelen. In 2012 is de winterkapel omgebouwd tot Carmelkapel met het nieuwe beeld van O.L.V. van de Carmel op een zelfgemaakte Barokaltaar, waar de Broeders hun Officie bidden.

De geschiedenis van Maranatha kapel in pdf


Achter het Maria-altaar in de Barokkapel bevindt zich een 300 jaar oude 11 meter diepe gemetselde waterput. Deze lag destijds buiten de muren.De waterput is in gebruik geweest tot 1985 en kan eventueel opnieuw worden gebruikt.


Bierbeek 2012


Enkele opmerkingen:

1) De betekenis van het woord Maranatha
Over de oorsprong en de betekenis van het woord ‘Maranatha’ geef ik hieronder nog eens weer wat de thans overleden ds. L.H. H. Bähler ervan heeft gezegd:

‘Maranatha’ moet niet worden opgevat als ‘Maran-atha’ (‘Onze Here is gekomen’ of ‘komt’), maar als een roep van hoop en verwachting: ‘Marana-tha!’ (‘Onze Here, kom!’). ‘Marana’ betekent ‘onze Here’ in het oude Palestijns-Syrisch of Aramees, en ‘tha’ betekent ‘kom’. ‘Marana-tha is dus ’een noodkreet, evenals het ‘Hosanna’ (‘help ons’, namelijk tegen de vijanden). ‘Marana’ is land-Syrisch uit Palestina. Bij de Syrische christenen was de laatste a afgesleten, zodat zij voor ‘onze Here’ zeiden ‘Maran’. En daar zij niet begrepen, dat dit ‘Marana’ was, hielden zij, in plaats van ‘tha’, ‘atha’ over, waardoor dus de gebiedende wijs ‘tha’ de tegenwoordige tijd ‘atha’ werd. Hierin zijn de Griekse en Latijnse kerkvaders hen vanzelf nagevolgd.

‘Atha’ betekent: ‘Hij is gekomen’. Dit kan wel een profetische zegswijze zijn voor ‘Hij komt’.
Uit deze verklaring blijkt hoe onder de leiding van de Heilige Geest het woord ‘Maranatha’ zowel een belofte als een bede uitdrukt, namelijk: ‘De Here komt!’ en ‘Ach, Here, kom!’ De Maranathagedachte behoort bij een absoluut, bijbels christendom, waarvan het burgerschap in de hemelen is; daarom komt de herleving van die gedachte ten goede aan het geestelijk herstel.

In de Christelijke Encyclopaedie (dl. VI) schreef dr. C.N. Impeta een artikel over de Maranatha-beweging, waarin hij onder meer zegt:

We moeten niet lezen: ‘Maran-atha’ (‘Onze Here is gekomen’), maar: ‘Marana-tha’ (‘Onze Here, kom!’). De gedachte aan hen die de vrede verstoorden en de gemeente bedierven, vestigde, evenals de gedachte aan de ongeschikte arbeiders en de aanmatigende rechters, Paulus’ blik op de dag des oordeels (1Kor.3:13-20; 4: 5), en dan roept hij het uit (16: 22): Here kom, en maak aan alle twist en aan alle werken van de verderfelijke machten in uw gemeenschap een einde!

De verwachting dat de Here Jezus terugkomen zal, wordt niet alleen roerend uitgesproken door de Bruidkerk in het laatste hoofdstuk van het laatste Bijbelboek (Openb.22:20), maar is door en door nieuwtestamentisch, ontvangt voedsel uit de gehele nieuwtestamentische Godsopenbaring en uit verscheidene van de meest op de voorgrond tredende uitspraken en verzekeringen, bijvoorbeeld uit die welke de Heiland van de lippen kwamen in een van de spannendste ogenblikken van zijn vernederd leven, toen Hij, na opzettelijk zwijgen, ging spreken tot het Sanhedrin (Matt.26:64).

De Kerk evenwel heeft, de onderscheidene christelijke kerken hebben, te weinig uit deze hoogst belangrijke gedachte geleefd. Zij hebben die wel opgenomen in hun belijdenis en leer, maar te weinig haar een plaats gegeven in het leven van het geloof. – Terecht is gezegd: ‘Maranatha, dat zetten wij alleen nog maar op scheurkalenders’, maar het denkbeeld door het woord vertolkt, neemt een te kleine plaats in ons hart.

2) De broeders Paul Schoofs, Joseph Tuts en Louis Vandenberg(†)

3) De Derde Orde van de Carmel is een lekengemeenschap die binnen en buiten een klooster kunnen leven.



Enkele foto's en een document van de toestemming van de verbouwing van de boerderij.